• Facebook icoon
  • Twitter icoon
  • Linkedin icoon
  • Flickr icoon
  • Email icoon
Slideshow-foto Slideshow-foto Slideshow-foto Slideshow-foto Slideshow-foto Slideshow-foto

Reisverslag Frankrijk

Dag 4 (11-09-2014) Alleen op pad naar de Camargue

Half 6 gaat mijn wekker af. Ik was me snel en smeer een aantal boterhammen voor onderweg. Het is nog donker buiten als ik in de auto stap en het terrein verlaat. Het is ongeveer anderhalf uur rijden naar het begin van de Camargue. Er zijn in elk geval twee plekken die ik graag wil bezoeken, de Pont de Gau en Salin de Geraud. Over deze plekken heb ik goede verhalen gelezen op internet en hoewel dit niet het beste vogelseizoen is ben ik positief gestemd wat nieuwe soorten te kunnen toevoegen. Vlakbij de villa zie ik nog een Haas (European Hare, Lepus europaeus), die vlak voor de auto van de weg af springt de struiken in. Het is erg rustig op de weg en het eerste uur rijd ik lekker door, met een kleine onderbreking van de tolweg. Het begint te schemeren en tegen de tijd dat ik in de buurt ben van de Camargue is het net licht. Er is een kruising waarbij ik kan kiezen welke richting ik eerst op ga. Ik wil eerst een kijkje nemen bij Pont de Gau dus rijd ik hier eerst heen. Salin de Geraud ligt namelijk aan de andere kant van de Camargue. Het is nog 20 minuten rijden vanaf de splitsing. Zodra ik een beetje in de buurt kom begin ik de eerste nieuwe vogelsoorten te zien. Naast groepjes Kokmeeuwen (Black-Headed Gull, Chroicocephalus ridibundus), Aalscholvers (Great Cormorant, Phalacrocorax carbo) en Kleine Zilverreigers (Little egret, Egretta garzetta) zie ik ook al een aantal Flamingo’s (Greater Flamingo, Phoenicopterus roseus). Ook zie ik de eerste Camargue-paarden, een ras dat vernoemd is naar het gebied waar ze voorkomen. Ik parkeer de auto naast de ingang van het park. Op een dak van de oude ingang van dit park zit een Ooievaar (White Stork, Ciconia ciconia). Ik zoek de ingang en zie dat deze even verderop ligt. Als ik daar aankom zie ik tot mijn verbazing dat deze gesloten is en pas om 9 uur ’s morgens open gaat. Het is echter pas 7:30 uur en dus baal ik dat ik niet eerst naar Salin de Geraud ben gereden. Ik kan hetzelfde stuk dus terug gaan rijden om vervolgens weer terug te rijden. Kostbare tijd! Ik stap weer in de auto en rij terug naar de splitsing. Hier houd ik Salin de Geraud aan. De weg is omgeven door grasvelden, rietkragen, plasjes en mooie natuur. Het duurt dan ook niet lang voordat ik vanuit de auto de eerste nieuwe vogelsoorten zie. In de grasvelden zie ik een aantal keer kleine groepjes Koereigers (Cattle Egret, Bubulcus ibis) en als ik voorbij een rietkraag rijd vliegt een Woudaap (Little Bittern, Ixobrychus minutus) een meter of 50 evenwijdig aan de auto mee op een paar meter afstand. Een prachtig gezicht! Naast een aantal buizerds die ik af en toe in de bomen langs de weg zie zitten vliegt ook de eerste Bruine Kiekendief (Western Marsh Harrier, Circus aeruginosus) over.

Na een ruim uur te hebben gereden passeer ik het plaatsje Salin de Geraud. Je kunt na deze plaats doorrijden tot aan zee. In dit gebied liggen er veel zoutpannen en dus heb ik goede hoop op wat soorten. Ik stop bij een uitkijkpunt van het gebied. Ik parkeer de auto en loop eerst naar een plasje dat ik vanaf de weg heb zien liggen. Hier is op een enkele Oeverloper (Common Sandpiper, Actitis hypoleucos) na niets te zien. Ik loop vanaf hier naar het uitkijkpunt. Onderweg valt het me op dat het hier wel vol zit met libellensoorten, en dus probeer ik hier maar wat foto´s van te maken. Ik zie onder andere de Vuurlibel (Scarlet Dragonfly, Crocothemis erythraea), Lantaarntje (Blue-Tailed Damselfly, Ischnura elegans) en de Zwarte Heidelibel (Black Darter, Sympetrum danae). Aan de zijkant van de weg staat een boom en het lijkt of er allemaal plastic buisjes in hangen. Als ik dichterbij kom om te zien wat het is vliegen ze op en blijken het ook libellen te zijn. Deze zijn echter twee keer zo groot als de andere libellensoorten die ik tot nu toe gezien heb. Het gaat om de Zuidelijke Keizerlibel (Lesser Emperor, Anax parthenope). Het is een vreemd gezicht om ze met zovelen in deze boom te zien zitten. Het lijkt wel nep!

zuidelijke keizerlibel

Zuidelijke Keizerlibel (Lesser Emperor, Anax parthenope).

Ik vervolg mijn weg naar het uitzichtpunt. Hier aangekomen zie ik dat er weinig leven te bekennen is in de zoutpannen voor mij. Er staat wel een laagje water in maar nergens zie ik beweging. Daarom keer ik maar terug naar de auto om verder te rijden. Onderweg ga ik weer door het libellengebied heen en schiet nog een paar foto’s. Ik rij hierna een stuk verder en stop even verderop. Ik zie namelijk wat beweging in één van de plasjes verderop. Ik parkeer de auto in de berm, klim over een hekje en loop op een paadje langs een aantal plasjes. Weer zie ik een oeverloper en ook een Kleine plevier (Little Ringed Plover, Charadrius dubius), foeragerend aan de rand van één van de plasjes. Verderop zie ik in de plassen grote groepen kokmeeuwen en flamingo’s. Tussen één groepje flamingo’s staan ook een paar Bergeenden (Common Shelduck, Tadorna tadorna). Verder is hier niet veel te zien dus keer ik terug naar de auto. Ik rij verder en zie even verderop de eerste Torenvalk (Common Kestrel, Falco tinnunculus). Er verschijnen steeds meer plasjes langs de weg en ik zie steeds meer vogels dichter bij de weg. Bij een bocht zie ik vlak langs de weg een Steltkluut (Black-Winged Stilt, Himantopus himantopus). Steeds meer flamingo’s vullen het landschap. Sommigen staan slechts een aantal meter van de weg verwijderd waardoor ik een paar mooie foto’s kan maken. Weer even verderop zie ik een Bonte Strandloper (Dunlin, Calidris alpina). Tussen een groepje kokmeeuwen langs de weg staat een meeuw die beduidend kleiner is dan de rest. Als ik het vogelboek erbij pak zie ik dat het gaat om een soort die ik nog nooit eerder gezien heb, namelijk de Dwergmeeuw (Little Gull, Hydrocoloeus minutus). Ook loopt hier langs de waterkant een Kleine Strandloper (Little Stint, Calidris minuta). In het water aan de andere kant van de weg zitten ook nog Knobbelzwanen (Mute Swan, Cygnus olor) en een Fuut (Great Crested Grebe, Podiceps cristatus).

dwergmeeuw

Tussen een groepje kokmeeuwen staat deze Dwergmeeuw (Little Gull, Hydrocoloeus minutus).

Ik nader de kust en zie tot mijn verbazing tientallen campers staan. Blijkbaar is dit een bekende stek voor Duitse vakantiegangers want bijna alle campers hebben een Duits nummerbord. Het lijkt erop dat ze een eigen camperdorp gecreëerd hebben. Ik parkeer de auto en loop even naar de zee. De golven stellen niet veel voor. Langs de kust staan nog een aantal geelpootmeeuwen, maar verder is hier niet echt veel te zien. Ik besluit daarom maar terug te lopen naar de auto om naar Pont de Gau te rijden. Onderweg terug passeer ik weer de vele plasjes en rietkragen, maar zie verder geen nieuwe soorten totdat er op een gegeven moment een elektriciteitsdraad langs de weg loopt. Op een paar kilometer zie ik in totaal 4 keer een Scharrelaar (European Roller, Coracias garrulus) op deze draad zitten. Toch vallen de foto’s die ik maak een beetje tegen omdat ze constant wegvliegen zodra ik een beetje in de buurt kom met de auto. Na een kwartier rij ik langs een uitkijkhut. Deze is mij op de heenweg helemaal niet opgevallen. Ik zie wat mensen met verrekijkers en telescopen staan en dus parkeer ik de auto langs de weg. De uitkijkpost geeft overzicht over een moerassig gebied en het duurt niet lang voor ik de eerste bruine kiekendief zie vliegen. Na 10 minuten en nog 2 kiekendieven verder besluit ik terug te gaan en zonder verdere tussenstop naar Pont de Gau te rijden.

Het is inmiddels bijna middag als ik mijn auto weer naast de ingang parkeer van het “Parc d’Ornithologique”. Je moet een kaartje van €7,50 kopen om het park in te mogen maar dat heb ik er na deze lange rit graag voor over. Zeker als ik de verhalen moet geloven die ik op internet over dit gebied heb gelezen. Dit park bestaat uit een aantal plassen waar veel vogels op afkomen. Er is een grote en een kleine wandelroute om de plassen heen, waarbij je bij de klein op de helft afslaat naar de uitgang van het park. Ik zie tegen die tijd wel of er nog genoeg tijd over is voor de grote wandeling! Bij het eerste plasje dat ik passeer zit het vol met reigers. Blauwe reigers, kleine zilverreigers en koereigers. Het is druk en ik zie veel fotografen met camera’s bij het plasje staan. Ik loop daarom maar verder. Bij het volgende plasje staan grote groepen flamingo’s. Ik passeer ze soms wel op een paar meter afstand en kan hierdoor een paar mooie foto’s maken. Ook zie ik in het laagstaande water constant grote vissen zwemmen, het zijn Karpers (Common Carp, Cyprinus carpio).

flamingo’s

Groepen Flamingo’s (Greater Flamingo, Phoenicopterus roseus) kunnen hier tot op een paar meter benaderd worden.

Bij de waterkant zwemmen Meerkoeten (Eurasian Coot, Fulica atra) en een Waterhoen (Common Moorhen, Gallinula chloropus). Ik loop om de tweede plas heen en passeer een uitkijktorentje. Ik klim naar boven en heb hier een mooi uitzicht over een groot gedeelte van het park. Naast een aantal wespen, de Nederlandse naam? (Engelse naam, Polistes gallicus), zie ik geen nieuwe diersoorten. Als ik afdaal en mijn weg vervolg zie ik de splitsing van de korte en lange route. Er is nog tijd over dus ik besluit in ieder geval nog een stuk van de lange route te lopen. Op verscheiden plekken bij de lange route staan vogelkijkhutten over de plassen. Als ik onderweg ben naar de eerste kijkhut zie ik bij het passeren van een bruggetje nog de achterkant van een beverrat het struikgewas in gaan. Ik zou graag dit dier nog graag op de foto hebben, maar na 5 minuten te hebben gewacht geef ik het op.

vuurlibel

Het vrouwtje van de Vuurlibel (Scarlet Dragonfly, Crocothemis erythraea) lijkt wel een andere soort, doordat zij geel is in tegenstelling tot het knalrode mannetje.

Bij de eerste 2 hutten zie ik geen nieuwe soorten, al heb ik al een paar keer een gelige vogel in de bomen en het riet heen en weer zien schieten. Het is echter een onmogelijke opgave deze op de foto te krijgen doordat hij zo beweeglijk is. Bij de tweede kijkhut zie ik weer een nieuwe soort, namelijk de Bosruiter (Wood Sandpiper, Tringa glareola). Als ik terug loop naar de weg krijg ik de beweeglijke gelige vogel eindelijk goed in de verrekijker. Het is een Orpheusspotvogel (Melodious Warbler, Hippolais polyglotta). Ook bij de derde kijkhut weer een aantal nieuwe soorten, de Kievit (Northern Lapwing, Vanellus vanellus), Groenpootruiter (Common Greenshank, Tringa nebularia) en de Watersnip (Common Snipe, Gallinago gallinago). Na deze hut ben ik al bijna op de helft van de grote route en ik besluit de lange wandeling daarom maar te voltooien. Bovendien staan er op het tweede gedeelte van deze route geen kijkhutten dus dit zal beduidend sneller gaan dan het eerste gedeelte. Overal langs de route zie je links en rechts de witte Camargue-paarden.

Camargue-paarden

Een groepje Camargue-paarden staat in het water langs het wandelpad.

Het tweede gedeelte loop ik in één stuk door. Als ik een beetje in de buurt kom van de uitgang zie ik in struiken langs het paadje twee in elkaar verstrengelde vlinders, het Groot Koolwitje (Large White, Pieris brassicae). Niet lang hierna kom ik in de buurt van de uitgang. Dan zie ik ineens een beverrat aan de rand van de weg zitten.

beverrat

Eindelijk kan ik een mooie foto maken van de Beverrat (Coypu, Myocastor coypus bonariensis). Het gaat om de ondersoort bonariensis.

Hij zit op zijn gemak op wat rietstengels te knagen en lijkt totaal geen aandacht aan zijn omgeving te besteden. Ik kan op een paar meter afstand een paar prachtige foto’s maken. Het valt me op dat zijn tanden helemaal oranje zijn. Intussen zijn er ook wat andere passerende mensen blijven staan en dus besluit ik maar door te lopen. Vlak voordat ik het park verlaat zie ik in een slootje ook nog twee Europese Moerasschildpadden (European Pond Terrapin, Emys orbicularis). Een mooie afsluiter van deze prachtige dag! Als ik bij de auto aankom begint het al licht te schemeren en ik rijd in één stuk door naar het huis.

beverrat

Beverrat (Coypu, Myocastor coypus bonariensis). Het gaat om de ondersoort bonariensis.

Na te hebben gegeten doen we Filippa en Fenna gezellig samen in bad. De anderen hebben vandaag lekker rustig aan gedaan. Als we daarna buiten op het terras zitten maak ik nog een foto van de Oranje Wortelboorder (Orange Swift, Triodia sylvina), een soort mot die op het raam van de villa zit. Na nog een lekker wijntje te hebben genomen waarbij ik verteld heb hoe mijn dag is verlopen gaan we richting ons bedje.